Een flinke jetlag en een redelijk tam publiek; Quiet Hollers had het woensdag 19 april niet makkelijk bij poppodium Fluor in Amersfoort, maar het weerde zich kranig en kwam als winnaar uit de strijd.
Floris Visman
Iedereen die weleens van de Verenigde Staten naar Nederland is gevlogen weet dat een jetlag het gevolg is. De vluchten vanuit de VS vertrekken vaak in de avond en ‘s ochtends vroeg kom je op Schiphol aan. En om zo snel mogelijk weer in een normaal ritme te komen, moet je vooral niet meteen gaan slapen. Grote kans dat het zo ook is gegaan bij Quiet Hollers, de band van frontman Shadwick Wilde.
Maar in de Kleine Zaal van Fluor viel daar – op de soms hilarische en warrige monologen tussen de bedrijven door van Wilde (denk aliens en kometen) – weinig van te merken. Zodra de band, bestaande uit Wilde (zang, gitaar), Shelley Anderson (basgitaar) en Dave Chale (drums), een nummer start gaat de knop op. Voor Wilde toont zich een ware professional.

De alternatieve countryband speelt voor een groot deel nummers van Forever Chemicals, het vorig jaar uitgebrachte album dat elektronisch invloeden kent. Uiteraard kan Mont Blanc, de grootste hit van de band niet ontbreken. Slim bewaart de groep het dan ook tot het einde, iets waar Wilde nog een grapje over maakt waarmee hij de lachers op z’n hand krijgt (‘Zal ik je een geheimpje vertellen? Er is een reden dat bands hun hit tot het laatst bewaren; zodat de zaal niet leegloopt’).
Het duurt eventjes voor Quiet Hollers het publiek meekrijgt in de half gevulde Kleine Zaal. Wellicht speelt mee dat het een doordeweekse, woensdagavond is en wellicht dat het publiek een wat rustiger concert had verwacht. Aan de band ligt het niet – die doet z’n best. Maar als de pro die hij is, sommeert Wilde het publiek zo ver mogelijk naar voren te stappen zodat het vol lijkt.
Quiet Hollers verdient zowel qua werk als vakmanschap en show méér dan een half gevulde Kleine Zaal, maar voor liefhebbers van de muziek maak het niet uit. Die genieten wel.






Leave a comment