Op het Big Star Quintet na waren er op de 2024-editie van TakeRoot geen écht grote namen, maar wél legio verrassingen, flink wat gitaargeweld vanuit country, Americana en indie-hoek en singer-songwriters die zalen compleet stil kregen. De 26ste editie van het rootsfestival in Groningen laat zien het nog niet verleerd te zijn.
Floris Visman
Alvast een tip voor bezoeker die volgend jaar gaan: op tijd is te laat. Ja, dat lees je juist. Het idee was om af te trappen met Kyshona. De zangeres uit Nashville heeft een prachtig album afgeleverd met Legacy over het slavernijverleden van Amerika. Maar de Binnenzaal, een van de zes ruimte op TakeRoot waar optredens plaatsvinden, was vol. Althans, dat leek het voor bezoekers. De ingang van de zaal is namelijk een bottleneck. Achteraf hoorden we dat er voorin nog plek was, maar daar was niet te komen.

Gelukkig heeft elk nadeel z’n voordeel en dus zien we Wayne Graham uit Nashville in de Foyer. De band van Kenny en Hayden Miles uit Kentucky is last minute aan de lineup toegevoegd vanwege afzeggingen. Onvoorbereid klinken de mannen echter niet, die veel werk spelen van Bastion, een heerlijke plaat die moeilijk in een genre te vangen is; we horen jazz, country en Americana. Het is vooral een band waarbij je heerlijk weg kunt dromen, maar nooit bij in slaap zult vallen.

Van de Foyer pezen we direct door naar de Grote Zaal waar Big Star Quintet speelt. Van het legendarische Big Star is met drummer Jody Stephens (72) welgeteld nog één lid over. Maar Alex Chilton, Chris Bell en Andy Hummel zijn vervangen door niet de minste namen: John Auer (The Posies), Pat Sansone (Wilco), John Stirratt (Wilco) en Chris Stamey (The DB’s) doen het werk van de legendarische powerpop-band eer aan.

Na Big Star pakken we nog een stuk mee van Jessica Pratt in de Kleine Zaal. De zangeres met het geknepen muizenstemmetje zingt betoverend mooi. Met hun dromerige indiefolk krijgen ze het voor elkaar dat je een spelt kunt horen vallen. Helaas is er meer dat we willen zien, dus pezen we door.

Dan, een van de twee blokken die bezoekers voor een bijna onmogelijke keuze stelt met Jesper Lindell, Tyler Ramsey, Early James én Muireann Bradley in een tijdsbestek van een uur en een kwartier op vier verschillende plekken en met overlap. We starten met Jesper Lindell en daar hebben we geen spijt van. De Zweed overdondert met pleziermuziek waar je invloeden van The Band en Nathaniel Rateliff in terughoort. Dit zijn ontdekkingen die zulke festivals zo leuk maken.
Dan een blok met Early James en Muireann Bradley tegenover elkaar. We pogen eerst bij Early James binnen te komen, maar daar staat nog voor de set is aangevangen al een rij. De Basement is geen mega-ruime, maar er kunnen toch wel wat mensen in. Maar helaas. Dan sprinten we naar boven om een poging te wagen bij Muireann Bradley, het 17-jarige blueswonder uit Ierland. Tevergeefs, zo blijkt. Want, ook hier een ellenlange rij. En dat is toch erg jammer. En dus pakken we nog het einde van de set van Lindell mee, geen straf.
Wellicht dat er naar de zalen-indeling of de timetable gekeken kan worden door de organisatie, want we hebben aardig wat mensen teleurgesteld zien afdruipen bij de kleinere zalen.

In de Kleine Zaal staat een bekend gezicht: Mary Gauthier speelde al eerder op TakeRoot en heeft Jaimee Harris bij zich, vriendin en country-artiest. Harris is een geweldige ondersteuning voor Gauthier. De folk singer-songwriter brengt haar materiaal met een rauwe emotie, waar Harris een cleanere stem heeft. Ze vullen elkaar mooi aan.
Na een goedbelegde hamburger met friet naar binnen te hebben gewerkt, moeten er weer keuzes gemaakt worden. Abe Partridge of Country Westerns? Een singer-songwriter met fantastische teksten of een zweterig rammelbandje? We kiezen voor het laatste, ook omdat we ze nog niet gezien hebben in in tegenstelling tot Partridge. Het blijkt een fantastische keuze.

Country Westerns staat in de Basement, waar we dit keer wel inkomen. We krabben ons wel even achter de oren als we de band zien. We pakken de promo-foto erbij en we herkennen slechts één bandlid. Huh? De mannen met de lange haren zijn er niet meer en zijn vervangen door een vrouwelijke drummer en een basgitarist die net zo goed speelt als de poses die hij maakt. Maar het doet niks af aan de kwaliteit, want alles klopt bij het ruige trio. De gromstem van de zanger, de drums hard en precies op de maat en de bassist die zich in het zweet werkt. Ze maken een soort mix van punk en rootsrock die doet denken aan de jaren nul, en nee, dus geen country. Maar dat deert niemand wat, want de zaal gaat los.

Dan Hurray For The Riff Raff. En dat is mooi om te zien, omdat de band van de Puerto Ricaanse zangeres en gitarist Alynda Segarra met het festival is meegegroeid. Stonden ze eerst nog in een kleine zaal, nu spelen ze voor een bijna compleet volle Grote Zaal. En ondanks wat korte technische problemen geeft de band, die na wat uitstapjes is teruggekeerd naar de Americana, een wonderschoon optreden met veel werk van The Past Is Still Alive.

Maar ook na tienen is de koek nog niet op. We begeven ons namelijk andermaal naar de Basement waar La Lom Staat. Wie, zeg je? De band uit Los Angeles trad jarenlang op in de lobby van het Hollywood Roosevelt Hotel waar het vijf dagen in de week sets van drie uur speelde. Practice makes perfect en dat is te horen in de kelder van SPOT/De Oosterpoort. In een overhitte, bijna dampende kelder geeft het trio dat instrumentale muziek maakt een zinderend optreden. De muziek is een mix van cumbia, bolero, western en zelfs wat rock. Gaat dat zien.

Als afsluiter zien we Stephen Wilson Jr., een zonderlinge country- en indierocker uit Indiana in de Binnenzaal. Ogenschijnlijk uit het niks debuteerde de ex-bokser en wetenschapper vorig jaar met het 22 nummers tellende Søn Of Dad. Slechts met gitaar en vergezeld door ene muzikant op pedal steel geeft hij een donderend optreden. Letterlijk, want hij heeft een pedaal waarmee hij te pas en te onpas het geluid van een onweersklap maakt. Overigens niet willekeurig, want het geluid komt op terug op z’n debuutplaat. Tussendoor maakt hij af en toe vogelkreetjes (door bijvoorbeeld met een hoge stem ‘cuckoo’ te roepen).
Het gebrek aan grote namen heeft (ook gezien de grote opkomst) het festival absoluut de das niet omgedaan. Er valt genoeg te ontdekken om ook volgend jaar weer de reis naar Groningen te maken.













Leave a comment