Elk nieuw album waarmee Dawn Brothers de rootsberg beklimt, brengt de band dichter bij de top. Zeker, die top is in Nederland dun bezaaid (DeWolff steekt er met kop en schouders bovenuit), maar ook vergeleken met internationale acts slaan de Rotterdammers geen modderfiguur. Dat bewijst de vierkoppige band in De Helling in Utrecht.
Floris Visman
Met een almaar uitdijend repertoire van stuk voor stuk ijzersterke albums kan Dawn Brothers zowel kwalitatief als kwantitatief een show neerzetten waar geen speld tussen te krijgen is. Met honderden, zo niet duizenden optredens achter hun naam weten ze oud en nieuw werk aan elkaar te weven tot een tapijt van roots, soul, r&b, country en Americana — een heerlijk klinkend geheel.
Zo gaat het ook in Utrecht. In het goed gevulde, maar niet uitverkochte De Helling wordt de avond geopend door Eno Aronds, die samen met een collega op gitaar een hypnotiserende set uitgooit. Langzaam en loom, in de geest van Mac DeMarco, worden de bezoekers in trance gebracht. Een bijzondere opener die in alles een tegenhanger is van het hoofdmenu.
Dat hoofdmenu wordt heet geserveerd. De vier mannen van Dawn Brothers, aangevoerd door zanger, gitarist en showman Bas van Holt, spelen een set die voor een groot deel — maar niet volledig — bestaat uit werk van hun nieuwste plaat Cry Alone. En die valt in de smaak. De soulvolle rootsplaat, doorspekt met r&b en Americana, geeft de band de tools om nummers uit te spinnen als ze dat willen. Dat doen de Rotterdammers dan ook regelmatig, wanneer de gitaren of juist de keys alle ruimte krijgen om te excelleren.
Een vergelijking met The Band is snel gemaakt, want ook die legendarische groep verdeelde de rollen eerlijk. De meeste bandleden zingen een nummer, en iedereen heeft z’n eigen uitgesproken kwaliteiten. Dawn Brothers is groter dan de som der delen. Bezoek je een concert van Dawn Brothers, dan zie je een egoloos muziekfeest. Gaat dat zien.








Leave a comment