De hype is groot in folk-kringen. Jesse Welles, een dertiger uit Arkansas die indruk maakt met liedjes over actualiteiten, heeft ineens publiek gevonden via sociale media. Vrijdag 9 mei stond hij voor het eerst in een Nederlandse popzaal, Fried Coyote nam het optreden onder de loep.
Floris Visman
Het is niet dat Jesse Welles net is begonnen met muziek maken. Een kleine vijftien jaar geleden bracht hij al muziek uit die hij thuis opnam. In de jaren erna zat hij in bands als Dead Indian en Cosmic-American. Hij bracht in 2018 zelfs een solo-album uit onder de naam Welles, geproduceerd door niemand minder dan Dave Cobb. Maar het bracht hem geen faam.
Roerige tijden en protestliedjes brachten daar in 2023 echter verandering in. Welles vond via platforms als TikTok, Instagram en YouTube een nieuw, jong publiek dat hunkerde naar een stem die hun zorgen over de wereld kon verwoorden. Nummers als War Isn’t Murder, United Health, en Cancer resoneerden. Sociaal-kritische muziek, vaak opgenomen in een natuurlijke setting.
Dat die muziek vooral een nieuwe generatie aanspreekt, werd eens temeer duidelijk bij het Zonnehuis in Amsterdam-Noord. Folkzangers trekken vaak een publiek dat zo tussen de 45 en 65 jaar oud ligt, maar het gros was hier, zo geschat, tussen de 18 en 30 jaar oud. Eigenlijk wat je in de jaren zestig ook zag bij die andere protestzanger, Bob Dylan.
Op het podium is de singer-songwriter, bewapend met gitaar en mondharmonica, geen indrukwekkende gestalte. Welles is bescheiden, zelfs verlegen en blijkt geen prater te zijn. Hij laat de teksten voor zich spreken. En dat is eventjes wennen. Singer-songwriters houden er vaak van om te praten, om context bij hun nummers te geven of om een conncetie te vormen met het publiek dat voor ze staat. Welles lijkt zelfs te schrikken, als na een aantal een handvol nummers iemand uit het publiek vraagt hoe het met hem gaat.
Het doet niks af aan de inhoud van zijn nummers over oorlog, macht, hebzucht en verwoesting. Welles zingt overigens niet louter over wereldproblematiek. Zo bracht hij vorig jaar de ep All Creatures Great and Small uit, een plaat over dieren en insecten. Ook die vallen in de smaak in een goed gevuld Zonnehuis.
Het publiek gaat op in de nummers van de zanger en zingt regelmatig hele nummers mee, een fenomeen dat je vaker ziet bij artiesten die via sociale media bekendheid genieten. Welles heeft een wat schorre zing-praat-stijl, en laat af en toe zien dat hij eigenlijk heel goed kan zingen. dat mag hij zeker vaker doen.
Ondanks dat Welles best nog wat meer los mag komen, maakt hij indruk bij het publiek dat duidelijk weet wie hij is en waarbij zijn muziek resoneert. Dat blijkt niet alleen uit het applaus en de roep om een encore, er zijn zelfs (minstens) twee mensen die moeten huilen. Het is nog geen Bob Dylan, maar de randvoorwaarden zijn aanwezig.






Leave a comment