Ik hoopte het vorig jaar al toen ze voor het eerst in Nederland was: Kaitlin Butts mét band. Die wens kwam maandagavond in de Tolhuistuin uit en dat optreden was zowaar nóg beter. Maak kennis met een fenomeen.
Floris Visman
Ruim een jaar geleden zag ik Kaitlin Butts voor het eerst. Destijds was de singer-songwriter solo afgereisd naar Utrecht. Daar maakte ze diepe indruk, ondanks het feit dat ze eigenlijk altijd met band speelt. Een dijk van een stem, puik gitaarspel en een directe, ontwapenende persoonlijkheid. Tsjokvol gekke verhalen. Die band had ze eigenlijk helemaal niet nodig, bewees ze in TivoliVredenburg.
Maar dat een backingband wel degelijk verschil kan maken, bewees Butts maandagavond in een goedgevulde Tolhuistuin. Amsterdam was de eerste Europese stop voor Kaitlin Butts and The Mules, op een tour om haar album Roadrunner! te promoten, een plaat die gebaseerd is op de musical Oklahoma! (niet geheel toevallig de staat waar ze vandaan komt). En The Mules? Dat zijn gitarist Adam Duran, bassist Eric Wulz, drummer Walton McMurry en fiddlespeler Lane Hawkins.
Door het volle bandgeluid waande je je vanaf de eerste klanken in een dampende honkytonk ergens in West Texas. Butts trainde het publiek op de yeehaw (de ‘sad yeehaw’ om specifiek te zijn) en leerde de aanwezigen een drankspelletje op de tekst van Wild Juanita’s Cactus Juice (en ja, het woord cactus kwam daar rijkelijk in voor).
Het werd duidelijk dat Kaitlin Butts and The Mules een geoliede machine vormden, met Butts als overheersende stalmeester. Ze gunde de mannen hun solo-momenten, maar precies afgemeten. De ‘Okie’ had duidelijk de touwtjes in handen en het talent om dat af te dwingen.
Logischerwijs kwam er veel werk langs van haar nieuwste plaat Roadrunner!, maar de singer-songwriter had ook nieuw werk meegenomen. Toen ze de band even van het podium dirigeerde, bleef ze alleen achter, slechts gewapend met een gitaar. Het waren liefdesliedjes, zeer waarschijnlijk geïnspireerd door haar relatie met Flatland Cavalry-frontman Cleto Cordero. Een veelbelovend voorproefje van een nieuwe plaat die hopelijk dit jaar verschijnt.
Een optreden van Kaitlin Butts is een ervaring, eentje waarin zij bepaalt wat je te zien en te horen krijgt. Ze is slim, inmiddels steeds ervarener en uiterst getalenteerd. Ze zong ook nog een cover van Dolly Parton. Als ze zo doorgaat, kunnen we haar over een paar decennia ook in dat rijtje scharen.
Meels
Voorprogramma’s zijn een ‘mixed bag’, zoals ze dat zo mooi noemen in de Engelse taal. Soms matig, dan weer verrassend goed, maar meestal ben je ze snel weer vergeten. Dat gold maandagavond niet voor Meels in de Tolhuistuin. De singer-songwriter met een grote bos lange, blonde krullen komt uit Californië en was voor het allereerst op tour in Europa. Podiumangst had ze niet. Integendeel: ze speelde haar werk met zoveel (ogenschijnlijk) zelfvertrouwen dat je het idee kreeg dat ze dit al jaren deed.
Het meest bijzondere: de teksten waren geweldig én ze zong met een loepzuivere stem alsof het haar geen enkele moeite kostte. Het beste nummer, dat ook de meeste reactie uit het publiek kreeg, ging over een gewond hertje dat ze mee naar huis nam en zich later tegen haar keerde. Gedurende het optreden kreeg ze het publiek steeds makkelijker mee. Houd haar in de gaten, daar zul je geen spijt van krijgen. Fried Coyote told you so.










Leave a comment