Met vier topalbums op rij kan niemand er meer omheen: Vincent Neil Emerson is een van de beste songwriters van dit moment. De singer-songwriter uit Texas is geen Willie Nelson of Charley Crockett die meerdere albums per jaar uitbrengen, maar als hij iets dropt, is het raak. Zijn teksten zijn eerlijk, ongepolijst en persoonlijk, en hij laat ze ademen.

Floris Visman

Vincent Neil Emerson heeft een hoop meegemaakt in z’n nog relatief korte leven; hij groeide arm op, z’n moeder overleed toen hij nog jong was, hij worstelde met alcohol en mentale problemen. Hij leefde een lang een zwervend bestaan. Maar zoals dat wel vaker geldt; tegenslag zorgt voor goede muziek. En de Texaan kan teksten schrijven als geen ander.

Dat laat hij zien op Blue Stars, zijn vierde studioplaat en opvolger van het gelauwerde The Golden Crystal Kingdom (2023). De singer-songwriter heeft een op het oog eenvoudige stijl van verhalen vertellen. Maar hoe eenvoudig het lijkt, het snijdt dwars door de ziel. Op Chippin’ At The Stone zingt hij bijvoorbeeld:

‘I can’t stand to be myself, but I can’t be nobody else’

Of neem het hartbrekende Angeline. Met alleen een gitaar en een prachtige tekst kan hij je tot tranen toe roeren:

‘Well my face, it don’t look the way it used to
And my hands, they don’t work the way they did
But my ears will always hear the sound of your voice
And my heart will always beat just for you’

Maar het kan ook luchtiger hoor. The Great Highway bijvoorbeeld, of Jet Plane. Beide over onderweg zijn. En dat kan Emerson natuurlijk uit eigen ervaring vertellen.

Blue Stars is een waardige toevoeging aan het oeuvre van de Texaanse singer-songwriter die steeds beter wordt door te dóén. Respect.

Nu luisteren: The Great Highway, Angeline en Chippin’ At The Stone


Discover more from Fried Coyote

Subscribe to get the latest posts sent to your email.

Leave a comment

Trending

Discover more from Fried Coyote

Subscribe now to keep reading and get access to the full archive.

Continue reading