Je zou het niet zeggen als je Charlie Parr ziet, maar er schuilt in de veteraan iemand met ontzettend veel power. Die legde hij op de dinsdagavond na Koningsdag in de blues- en folksongs die hij in TivoliVredenburg vertolkte.
Floris Visman
Op het podium staat een simpele stoel die je ook weleens langs de lijn in een gymzaal ziet staan. De stoel wordt geflankeerd door een open gitaarkoffer die bekleed is met onder andere een sticker van het Grateful Dead-logo. Voor de stoel staat een microfoonstandaard en er schuin achter ligt een stapeltje cd’s; merch om de schade van het peperdure toeren ietwat te verzachten.
De setting in de Cloud Nine-zaal van TivoliVredenburg is simpel. Het publiek zit op dezelfde stoeltjes waar de man van de avond op het podium op plaatsneemt. Charlie Parr komt stipt om half negen het podium op schuifelen. Op het eerste oog hebben we te maken met een ietwat verstrooide, oudere man. Lange grijze haren die aansluiten op een wilde, grijze baard. Maar zodra hij zit en zijn gitaar heeft gestemd, lijkt dat een misvatting.
Parr, een Texaanse singer-songwriter, loopt al decennia mee en kende bescheiden successen in z’n loopbaan. De setlist op de dinsdagvond in Utrecht – een dag na Koningsdag – neemt de goed volgelopen zaal mee op reis langs zijn oeuvre. Al bij de eerste klanken hoor je dat Parr met een zwarte ziel is geboren; hij zingt en speelt de blues al geen ander.
We horen niet alleen zijn hits (denk Dog, Cheap Wine, Wild Bill Jones), maar de singer-songwriter kent z’n klassiekers en eert zijn helden. Zo opent hij de avond met een nummer van Woody Guthrie, komt Blind Lemon Jefferson langs en horen we een geniale versie van Louis Armstrong’s St James Infirmary. Ook eerde hij Spider John Koerner, de singer-songwriter die twee jaar overleed en waarvan hij een waardevolle gitaar kreeg.
Naast muziek van z’n laatste plaat uit 2024, Little Sun, speelde Charlie Parr ook twee nieuwe nummers van een plaat die nog moet verschijnen. Rooming House nam hij op met een jazz-drummer en moet in de herfst verschijnen. Naar eigen zeggen is die plaat, logischerwijs, doorspekt van jazzinvloeden, maar daar viel (wellicht door het gebrek aan een drummer) in Utrecht nog weinig van te merken.
Tussen de bedrijven door vertelt hij over zijn worstelingen met depressie en dat hij zichzelf heeft aangeleerd elke dag hardop te zeggen waar hij allemaal dankbaar voor is. Dat doet hij ook in Utrecht, gevolgd door applaus. Je kunt zien dat de Texaan geleefd heeft, maar nog lang niet klaar is gelukkig.
Als encore (die hij direct aankondigde zonder het podium te verlaten) had hij een daverende verrassing in petto. Alleen met zijn stem en stampende voet brengt hij een versie van de gospelsong Ain’t No Grave, in 1934 opgeschreven door een doodzieke Claude Ely. Het lijkt uit de krochten van z’n ziel te komen. Parr heeft nog longen voor twee en een gevoel dat je alleen nog maar vindt in échte muziek. Het publiek, massaal met kippenvel op de armen, geeft een staand applaus.






Leave a comment